Lees dit niet!

Uit onderzoek blijkt dat leerlingen het heel erg vinden wanneer ze door een docent onderbroken worden tijdens een goed gesprek.

Maar wat is de realiteit van alle dag? 

Je klas komt binnen, de leerlingen gaan na enige tijd op hun plaats zitten, jij wilt je les beginnen maar je leerlingen kletsen vrolijk verder.  Dat is lastig. Dus hoe stop je dat? Hoe krijg je de aandacht verplaatst  van het goede gesprek met de buurman of –vrouw naar jou, naar je les? 

Dan biedt een pakkende binnenkomer - waarmee je de aandacht van alle leerlingen direct op je gevestigd weet - uitkomst.

Die binnenkomers heb je in soorten en maten, je kunt op je kop gaan staan en allerlei grappen en grollen uithalen maar je les beginnen met een didactisch verantwoorde pakkende binnenkomer is wat anders. We hebben in het boek ‘Een goed begin is het halve werk’ vijfentwintig didactisch verantwoorde binnenkomers (lesopeningen) in beeld gebracht en beschreven. Ik neem jullie graag mee langs een aantal momenten die hebben gezorgd voor de inspiratie om dit boek te maken. 

Op een onrustige stormachtige herfstavond…   

Keek ik naar ‘De Slimste Mens’. De tv-quiz waarbij het niet alleen gaat om kennis en algemene ontwikkeling, maar ook om associatief kunnen denken. Ik was moe na heerlijke dag lesgeven en had het voorbereiden van een aantal lessen nog op de agenda staan. De beentjes lagen omhoog en onder het genot van een goed speciaal biertje en een blokje oude kaas zat ik bij te komen. In het programma zit een puzzelronde. Daarin zoekt men drie verbanden die elk worden omschreven door vier trefwoorden. Onmiddellijk vertaalde ik dit quiz onderdeel naar het begin van een van mijn volgende lessen. Een mooie manier om bijvoorbeeld te kijken wat er is blijven hangen van de vorige les of voorkennis te activeren. Een geschiedenis gerelateerd voorbeeld:

Wil je de les op een speelse en competitieve manier beginnen? Speel dan de slimste mens. Leerlingen proberen binnen een bepaalde tijd drie begrippen te raden die centraal staan tijdens de les. Dit doen ze door telkens drie verbanden te zoeken aan de hand van vier trefwoorden. Er staan twaalf trefwoorden op het bord. Laat de leerlingen dit in stilte doen en de begrippen opschrijven.  Je bepaalt zelf of je de presentator of Maarten van Rossem bent!

Lesopening 'De slimste mens'  

De eerste sneeuwvlokken…

Dwarrelen neer in het licht van de lantaarnpaal in het rustige straatje waar ik woon. Aan de achtertafel lees ik soms een krantje of een goed boek. Zo ook deze avond. Het kopje koffie en een stukje speculaas maken het tafereel compleet. Na het omslaan van pagina 301 in het boek ‘De Oorlog’ van Ad van Liempt lees ik over de ervaringen van jongeren tijdens de hongerwinter. Bij de eindexamens van de MULO in 1946 was een van de keuzetitels: ‘Mijn Hongertocht’. Een van de citaten. ‘Een vrouw ligt uitgeput langs de weg. Ik kijk ernaar en ontdek met ontzetting ineens, hoe hard een mens wordt en hoe egoïstisch als het om zijn leven gaat, ik laat haar namelijk kalm liggen’. Het citaat zet mij aan het denken. Kan een mens zo veranderen door oorlog, door honger? Hoe zouden mijn leerlingen hier op reageren? Ik besef mij tijdens de laatste slok warme koffie dat ik veel te weinig doe met de mening of gedachten van mijn leerlingen en besluit de volgende les hier iets mee te doen. Een voorbeeld uit eigen praktijk. 

Tijdens de economie les schud ik de leerlingen wakker met een pittige stelling. Voor of tegen, met deze lesopening mogen leerlingen hun mening geven. Betrokkenheid hoog, leerlingen op scherp; een knallend begin van de les! We gaan eens nader kijken naar de overheidsbegroting. Een niet al te opwindend onderwerp vinden de meeste leerlingen. Daarom staat bij binnenkomst van de leerlingen deze stelling op het bord: ‘De overheid heeft een begrotingstekort en moet bezuinigen op ontwikkelingshulp, dit heeft toch geen zin’. Al snel merkt een van de leerlingen de stelling op en praat erover met een klasgenoot. Aan de blikken te zien vinden zij er wat van. Ik attendeer de klas op de stelling en vraag de leerlingen een rij te vormen. Vervolgens maken we de mening van de leerlingen visueel door ze een plek te laten kiezen in de rij van eens (links) tot oneens (rechts). De les is begonnen.

Elke ochtend als ik naar beneden ga…

Loop ik langs een foto die afgedrukt op canvas boven de kapstok hangt. Hierop is te zien hoe ik tijdens een voetbalwedstrijd op een uitverkocht sportpark in Noordwijkerhout op een mooie lentedag een tegenstander passeer. Na de kapstok volgt de woonkamer en vervolgens de keuken. Aangekomen in de keuken besluit ik dat het ontbijt vandaag bestaat uit milde roeryoghurt met vers fruit en cruesli. Na de laatste check van mijn schooltas grijp ik mijn jas en besluit in een splitsecond de foto mee te nemen. Ik ga het vandaag met mijn leerlingen hebben over marketing en de reclameborden rondom het veld zijn een mooie aanleiding om het onderwerp van de les op een persoonlijke manier te introduceren. 

Aangekomen op school krijg ik bij het betreden van de personeelskamer al snel de eerste opmerkingen over de foto die ik onder mijn arm geklemd meedraag. Ik denk: mooi! Dit werkt. Met de foto in mijn hand in het klaslokaal wek ik direct bij binnenkomst de interesse van mijn leerlingen. Ik vertel iets over de foto en mijn vorige beroep als accountmanager bij een sportmarketingbureau en richt hiermee de aandacht op het lesonderwerp.         

Ik hou zo van…

De geur van vers gemaaid gras. Ik zit in de auto op weg naar school en draai mijn raam een stukje open bij het zien van de maaimachines op de middenberm van de A22. De zon schijnt door mijn panorama dak. Ik ga vandaag helpen bij de sportdag. Langs het veld geniet ik van de enthousiaste en fanatieke leerlingen die voetballen, hockeyen en softballen. Op de rapportvergaderingen was mij al opgevallen dat de gymcijfers hoog waren. 

Ik denk…Ik ga de volgende les eens checken of de gymcijfers echt kloppen! Hoe staat het met de hand-oog-coördinatie van mijn leerlingen? Voordat de leerlingen binnenkomen leg ik een proefwerkblaadje op elke tafel, vertel vervolgens de leerlingen waar de les over gaat en geef de opdracht aan leerlingen hier een vraag over op te schrijven. Wat willen ze graag weten? Daarna laat ik de leerlingen een prop maken van het blaadje en op mijn teken gooien ze deze in een doos die ik, voor een vrolijk begin van de les, zelf vast houd. Ik beantwoord direct een aantal vragen en beloon het harde werken tijdens de les af en toe met een antwoord op een vraag.            

Het boek ‘Een goed begin is het halve werk’…

Is ontstaan vanuit het klaslokaal. Op zoek naar manieren om afwisseling te brengen in lessen en leerlingen meer te interesseren voor de inhoud van de les, hebben we twee jaar lang verschillende lesopeningen bedacht en uitgeprobeerd. De enthousiaste reacties van leerlingen en onze positieve ervaringen hebben geleid tot het idee om dit boek uit te geven. Het boek heeft als onderliggend didactisch concept 'de vijf rollen van de leraar'. We hebben de rol van presentator uitgewerkt in dit boek.

Veel plezier bij het begin (en de rest) van je lessen!